FAQ



Algemeen

Geothermie, ofwel aardwarmte, is een duurzame energiebron die gebruik maakt van warmte, die van nature aanwezig is in de diepe ondergrond (1500-4000m) van de aarde. Klik hier voor meer informatie.

In het kort: Grondwater wordt steeds warmer als je dieper de aarde in gaat. Bij aardwarmtewinning wordt warm water uit de ondergrond opgepompt. Het opgepompte water blijft in een gesloten circuit, via warmtewisselaars wordt de warmte overgedragen op leidingwater dat wordt vervoerd met het warmtenet. Als de warmte uit de aardwarmte is overgedragen via een warmtewisselaar wordt het direct weer teruggevoerd naar de ondergrond. Via een verdeelstation wordt het verwarmde leidingwater naar woningen en gebouwen vervoerd en wordt het afgekoelde water weer teruggevoerd naar de aardwarmte-installatie. Een woning of bedrijf wordt op het warmtenet aangesloten via een ontvangststation (ook wel warmte-unit genoemd) in het huis of gebouw.

Afgelopen jaren is er veel kennis en ervaring opgedaan in de geothermie sector in Nederland. Inmiddels zijn er meer dan twintig plaatsen in Nederland waar aardwarmte wordt gewonnen. Ook in het buitenland zijn vele goede ervaringen. Het is echter nog steeds van belang om voor elk project naast de kansen ook de risico’s in beeld te brengen en voldoende maatregelen te nemen.

De warmtewet bepaalt dat aardwarmte niet duurder mag zijn dan verwarming met aardgas. De kosten van aardwarmte zijn stabiel en voorspelbaar; de grootste kostenpost is de voorbereiding en aanleg van het systeem. Die kosten zijn eenmalig. De kosten van verwarming met aardwarmte zijn indien rekening wordt gehouden met SDE++ subsidies gelijk of lager dan van verwarming met aardgas.

Een aardwarmtebron heeft als voordeel dat het energieaanbod onafhankelijk is van externe factoren zoals weersomstandigheden (wind, zon, etc.) Daardoor is de betrouwbaarheid en stabiliteit van een aardwarmtebron hoog. Er zullen momenten zijn dat er onderhoud wordt gepleegd aan het aardwarmteproject waardoor er geen warmte kan worden geleverd. De warmtelevering zal wel met conventionele warmte dan gewoon doorgaan.

Geothermie wordt beschouwd als een van de meest duurzame vormen van warmteproductie. Aardwarmte is op meerdere manieren een duurzame bron van energie. Ten eerste is de voorraad die in de aardkorst zit nagenoeg onuitputtelijk. Door natuurlijke processen in de kern van de aarde is het water herbruikbaar (want het wordt steeds opnieuw opgewarmd). Wel zal de temperatuur van de hete grondlagen door de productie van aardwarmte over een termijn van enkele tientallen jaren lokaal afnemen, een daling die zich weer zal herstellen als het doublet uit productie wordt genomen. Ten tweede komt bij de productie van aardwarmte nauwelijks CO2 vrij. Er komt bij de winning van geothermisch water gas mee omhoog (bijvangst) en de gebruikte pompen veroorzaken enige CO2-uitstoot. Om geothermie volledig CO2-neutraal te kunnen maken heeft TNO onderzocht hoe schadelijke emissies door exploitatie van geothermie en de distributie in een warmtenet zijn te minimaliseren.

Download hier de factsheet ‘Duurzaamheid geothermie’

In vergelijking met een CV-ketel op aardgas is de CO2-uitstoot van een geothermiebron zo’n 90% lager. Daarmee is geothermie één van de meest duurzame warmtebronnen. De CO2 die indirect vrijkomt ontstaat door het produceren van de materialen voor de put, tijdens het boren van de put en bij het oppompen van het water. Deze uitstoot wordt in enkele maanden gecompenseerd of teruggewonnen door de fossiele energie die dankzij de geothermische energie wordt bespaard. Als een geothermiebedrijf groene elektriciteit gebruikt voor de productie ligt de uitstoot nog lager, en is de CO2-uitstoot uiteraard sneller gecompenseerd. In 2018 zorgde het totaal van alle bronnen naar schatting voor een CO2-besparing van 190.000 ton per jaar en een aardgas-besparing van 102 miljoen m3 per jaar.

Juist niet. Het is één van de meest duurzame energiebronnen. Bovendien wordt het water weer in dezelfde bodemlagen teruggebracht zodat er netto niets uit de bodem verdwijnt. Wel zal de temperatuur in de diepe ondergrond over een termijn van enkele tientallen jaren lokaal met enkele graden afnemen. Als een aardwarmteproject stopt zal deze temperatuur afname zich weer herstellen.

  • Bodemverzakking: bij aardwarmtewinning wordt water opgepompt en weer teruggevoerd naar dezelfde ondergrondse aardlaag, iets verderop. Er gaat dus nauwelijks iets bij of af in de ondergrond. Mede hierdoor is de kans op verzakkingen in de bodem vrijwel uitgesloten.
  • Trillingen: bij het seismische onderzoek worden trillingen opgewekt die licht voelbaar zijn. Volgens de huidige wetenschappelijke inzichten is het effect van de trillingen door aardwarmtewinning verwaarloosbaar. Deze trillingen staan niet in verhouding tot trillingen die afgelopen jaren zijn opgetreden als gevolg van gaswinning.
  • Aardbevingen: het gevaar voor aardbevingen als gevolg van aardwarmtewinning is minimaal. Zo wordt, in tegenstelling tot de gasvelden in Nederland, geen volume onttrokken aan de ondergrond. Het water dat uit het reservoir wordt gepompt, wordt aan de andere kant meteen weer geïnjecteerd. Het volumeverschil is op deze manier nihil. Omdat er kleine drukverschillen ontstaan kan dit effect hebben op aardlagen. Daarom geldt de wettelijke verplichting dat aardwarmte-operators niet nabij een ondergrondse breukzone mogen injecteren of produceren. Sommige gebieden zijn uit voorzorg uitgesloten voor aardwarmtewinning. Dat zijn gebieden waar zich van nature aardbevingen hebben voorgedaan.
  • Afkoeling van de ondergrond: na verloop van jaren kan de temperatuur in het ondergrondse reservoir enkele graden afkoelen, maar hoogstwaarschijnlijk heeft dit geen gevolgen voor het ondergrondse milieu.
  • Lekkages: met het transport van water vanuit de ondergrond komen ook natuurlijk aanwezige chemische stoffen naar boven waarbij andere aardlagen worden gepasseerd. Daarom is het winnen van aardwarmte in grondwaterwingebieden niet toegestaan. Het is daarom van belang dat de putten zo robuust (sterk en veilig) mogelijk zijn. Het ontwerp van de putten de laatste jaren sterk verbeterd, omdat de sector continu werkt aan verbetering van het putontwerp. De nieuwe putten hebben onder andere dubbelwandige buizen met eventueel epoxy-beschermlaag en een geavanceerd monitoringsysteem.
  • Radioactief zand: met het water mee wordt ook enig zand mee naar boven gevoerd. Dit zand is van nature zeer licht radioactief. Het zand wordt afgevangen met filters en door een gespecialiseerd bedrijf verwerkt.
  • Gassen: met het water uit de ondergrond kan ook een kleine hoeveelheid gassen mee naar boven komen. Op locaties waar dit het geval is, wordt het gas afgevangen, gebruikt om warmte mee op te wekken of in het uiterste geval en sporadisch afgefakkeld.

Van grote delen in Nederland weten we al hoe de ondergrond eruitziet. Dankzij onderzoek voor de olie- en gaswinning is sinds de jaren vijftig al veel bekend over de samenstelling van de bodem. Deze gegevens staan in het databestand ThermoGIS. Van een aantal gebieden zijn nog geen gegevens, terwijl deze kansen bieden voor aardwarmte. Voorbeelden hiervan zijn Haarlem en Amsterdam. In die gebieden kan seismisch onderzoek uitsluitsel bieden.

Om aardwarmte te benutten moet er in de buurt een warmtenet zijn. Dit is een leidingnet dat het warme water van de winningslocatie naar de afnemers brengt en het afgekoelde water terugvoert naar de winningslocatie. Een woning of bedrijf wordt op het warmtenet aangesloten via een ontvangststation, een kastje met een warmtewisselaar in het gebouw of de woning.

Een warmtenet is vergelijkbaar met centrale verwarming op het niveau van een wijk, bedrijventerrein of zelfs een hele stad. In plaats van zelf water te verwarmen met een cv-ketel komt er warm water vanuit de warmteleiding via het aansluitpunt in het pand.

Aardwarmte wordt geleverd via een warmtenet, dit betekent dat de gebouwen een aansluiting krijgen op een warmtenet. Soms zijn aanpassingen aan de warmteafgifte apparatuur (leidingen, radiatoren) nodig. Mogelijk is het nodig om het gebouw te isoleren om het geschikt te maken voor een warmtenet met aardwarmte met een temperatuur tussen de 55 en 75 graden).

Omdat aardwarmtewinning in de ondergrond plaatsvindt, wordt aardwarmte geassocieerd met aardgaswinning en daarmee met de kans op aardbevingen zoals in Groningen. Gelukkig is de kans op trillingen door aardwarmtewinning zeer klein. Door gas uit de ondergrondse gasvelden te halen ontstaat er een ‘gat’ dat kan zorgen voor verzakkingen. Bij aardwarmte wordt nauwelijks iets onttrokken aan de ondergrond. Het water dat uit het reservoir wordt gepompt, wordt aan de andere kant meteen weer geïnjecteerd. Het volumeverschil is daardoor minimaal.

Bij aardwarmtewinning kunnen wel kleine drukverschillen ontstaan door geleidelijke afkoeling van de ondergrond. Dit kan mogelijk invloed hebben op nabijgelegen breuken. Daarom gelden er strenge regels rondom het aanleggen en winnen met aardwarmte-installaties. Meer hierover is te lezen bij veiligheid & risicobeperking.

Voor projecten die van een diepte van 500 meter of meer warmte winnen geldt de Mijnbouwwet en is er een vergunningsplicht. De kans bestaat dat er bij een geothermieproject olie en/of gas worden aangetroffen en daarom zijn dezelfde voorzorgsmaatregelen van toepassing als bij projecten in de olie- en gasindustrie. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) is de toezichthouder voor álle mijnbouwactiviteiten, dus ook voor geothermie. Ze zijn gevestigd in Den Haag. Meer informatie is te vinden op sodm.nl

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt zich bij het monitoren van geothermische projecten voornamelijk bezig met de volgende onderwerpen: 

  1. Het beoordelen van werkplannen, veiligheidsplannen en het zorgsysteem dat bij een geothermische bron hoort. 
  2. Voorkomen van aardbevingen
  3. Inzicht in de toestand/integriteit van putten
  4. Veilige opvang en verwerking van water dat vrijkomt bij het testen van de putten.
  5. Zorg dragen dat exploratie en winning van aardwarmte zo veilig mogelijk gebeurt SodM geeft daarom advies over de vergunningsaanvragen vanuit de Mijnbouwwet en houdt toezicht op de boorontwerpen, -programma’s en de projectaanpak.

Voor een geothermiesysteem zijn diverse vergunningen vereist. Voor de meeste vergunningen is het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat het bevoegd gezag en is het Staatstoezicht op de Mijnen de toezichthoudende instantie. Gemeenten en provincies hebben bij meerdere benodigde vergunningen een adviserende rol richting het Ministerie. Een uitgebreidere uitleg is hier te vinden. 

Twee vergunningen komen voort uit de mijnbouwwet. Ten eerste is dat een opsporingsvergunning. Deze vergunning geeft de initiatiefnemer het recht om binnen een afgebakend gebied de ondergrond te onderzoeken op de aanwezigheid van winbare aardwarmte door middel van het uitvoeren van proefboringen. Als de opsporing succesvol is, is een winningsvergunning nodig. Deze geeft het (exclusieve!)recht om de aardwarmte te winnen.  Daarnaast is een Omgevingsvergunning vereist waarin (het voorkómen van) effecten op de omgeving zijn beschreven. Verder zijn voor specifieke werkzaamheden specifieke vergunningen vereist (denk aan eventueel zwaar transport, kabels en leidingen leggen et cetera.).

Aardwarmte wordt beschouwd als midden temperatuur warmte. Alternatieven zijn restwarmte uit de industrie of afvalverbranding. Dit is veelal hoge temperatuur warmte. Daarnaast elektrische energie of warmte uit biomassa of energie uit wind en zon. Lage temperatuur warmte is te genereren via grondwarmte- of luchtwarmtepompen, en uit oppervlaktewater (aquathermie), riolering (riothermie) of drinkwaterleidingen.

Aardwarmte is een (hoofdzakelijk) duurzame energiebron en kan zodoende bijdragen aan de energietransitie, de overgang naar duurzame energiebronnen. Gemeenten hebben een hoofdrol in de regie van de energietransitie. Zie ook Hoe past aardwarmte in de regionale energiestrategie? 

Na meerdere tientallen jaren kan door het gebruik een put minder presteren en/of kan de technische toestand (corrosie of juist aanslag) buitengebruikstelling nodig maken. Doel is dan om de oorspronkelijke situatie in de ondergrond zoveel mogelijk te herstellen. Dit gebeurt via het deels afvullen van de putten met beton en het verwijderen van het bovenste deel van de putten en alle bovengrondse installaties. Het is echter óók denkbaar dat met een nieuwe put de warmtewinning weer door kan gaan. Dat hangt af van de geologie op die plek en de (technische) ontwikkelingen.

Meerdere factoren bepalen de (maximale) grootte van een bron. Meestal wordt gekeken naar de capaciteit van een geothermisch reservoir, waar de geothermische bron een onderdeel van is. Allereerst zijn de samenstelling en temperatuur van het reservoir/ formatiewater en de omvang van het reservoir belangrijk. Deze bepalen de hoeveelheid energie die opgeslagen is. Daarnaast zijn van invloed: de porositeit (de hoeveelheid open ruimtes in een gesteente) en permeabiliteit (hoe goed de open ruimtes met elkaar verbonden zijn) van de gesteentelaag.

De aardwarmtewinnings-installatie bevindt zich op een omheind terrein. Hierop staat een gebouw voor de installaties zoals pompen en filters, ruimten voor opslag en een kantoor. Vanuit de omgevingswet is de aardwarmte-ontwikkelaar verplicht om zorg te dragen voor een goede landschappelijke inpassing van het terrein en de gebouwen. Op het terrein waar een aardwarmte installatie staat bevinden zich:

  • Het doublet bestaande uit een productie- en injectieput;
  • Warmtewisselaars en aansluiting op het warmtenet;
  • Pompen, filters, ontgassingsinstallatie en een buffer;
  • Gebouw: ruimten voor pompen, filters, warmtewisselaars, opslag van materialen en een kantoor.





Werkzaamheden

De uitvoering van het aardwarmte project bestaat uit een aantal fases. In de eerst fase wordt de grond bouwrijp gemaakt. Daarna start de boorfase en worden twee geothermieputten geboord. Hierna volgt het realiseren van de geothermiecentrale en het gebouw, en als laatst de aanleg van het nieuwe warmtenet.

Geothermie Delft zet in op het voorkomen en beperken van overlast op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Onder bereikbaarheid verstaan we onder andere: verkeersveiligheid, verkeershinder, bereikbaarheid. Leefbaarheid gaat over bijvoorbeeld geluids-, licht, geuroverlast. En veiligheid gaat over de omstandigheid voor mens en milieu. Alle werkzaamheden voldoen aan de eisen die de omgevingsvergunning stelt op het gebied geluid, veiligheid en verkeer. Zo wordt er onder andere gezorgd voor een transportplan, geluids- en trillings metingen, geluidsschermen en verkeersregelaars op het bouwterrein. Het project zorgt verder voor voldoende informatie en een telefoonnummer dat 24/7 bereikbaar is. Ook zijn en blijven we in gesprek met bewoners en bedrijven over hun belangen, vragen en zorgen.

Voor een tijdlijn van de planning zie ook Bouw & Realisatie.

We zijn van plan om te beginnen met boren medio november tot ongeveer eind februari. Voor een tijdlijn van de planning zie ook Bouw & Realisatie.

Voor het winnen en rondpompen van de aardwarmte zijn twee boringen nodig. De boorfase van het project duurt drie maanden. Tijdens deze periode wordt er 24 uur per dag en 7 dagen per week geboord. De boorinstallatie die daarvoor nodig is, wordt na de boorfase weer verwijderd. De aardwarmtebron bevindt zich dan onder de grond.

Het boorproces gaat gepaard met extra (zwaar) verkeer voor de aan- en afvoer van materialen. Er is ook meer geluid dan normaal, denk aan staal dat soms tegen staal aan stoot, het geluid van de elektromotor in de boortoren en het geluid van vrachtwagens. Door maatregelen, zoals het plaatsen van geluidsschermen, zal het geluidsniveau binnen de wettelijke normen blijven die voor deze werkzaamheden gesteld zijn. Het terrein is verder dag en nacht verlicht en ook dit valt binnen de wettelijke normen die voor dit soort werken gelden. Bij het testen van de putten wordt warm water gewonnen en afgevoerd naar een tijdelijk opslag, waardoor waterdamp zichtbaar kan zijn.

Ja. Om eventueel geluidsoverlast te voorkomen wordt er rekening gehouden met college- en tentamen perioden en worden zware werkzaamheden uitgevoerd buiten deze perioden.

Dat is niet te verwachten. De krachten die een aardwarmte boring op de diepe ondergrond uitoefent, zijn te klein om tot voelbare trillingen te leiden.

In fase 1: ‘aanleg boorlocatie’ blijft de verkeerssituatie ongewijzigd. Wel houden we rekening met zwaar vrachtverkeer over de hoofdwegen. Het verkeer rijdt dus af en aan vanaf de Kruithuisweg, via de Huismanweg, Heertjeslaan en Rotterdamseweg. Vanaf fase 2: ‘aanleg laydown area’ rijdt het bouwverkeer via de Cornelis Drebbelweg het bouwterrein aan de Leeghwaterstraat op en af. De parkeerplaats achter Process & Energy wordt dan gebruikt voor de opslag van materialen. Er zullen dan ook verkeersregelaars op de Rotterdamseweg en de Leeghwaterstraat komen. Lees meer over de verschillende fases op Bouw & Realisatie.





Specifiek voor de locatie

De projectlocatie op het TUD campus terrein is gelegen tussen de Rotterdamseweg en de Leeghwaterstraat. In onderstaande kaart is de locatie weergegeven als een oranje rechthoek.

De warmte wordt in eerste instantie gebruikt om de gebouwen op de campus van TU Delft te verwarmen. Planning is dat later ook de wijken Voorhof en Buitenhof worden aangesloten.

Ja, ook woningen en bedrijfspanden in de wijken Voorhof en Buitenhof kunnen in de toekomst worden aangesloten. In samenwerking met Open Warmtenet Delft wordt gekeken hoe en waar in deze wijken warmte kan worden geleverd.

Ja, op verschillende manieren houden we de omgeving op de hoogte. Via informatiebijeenkomsten en individuele gesprekken betrekken we de directe omwonenden en belanghebbenden. Via de website informeren we over de ontwikkelingen op het gebied van vergunningen, bouw en realisatie, en onderzoek en innovatie.

We gaan uit van een levensduur van minstens 30 jaar. We verwachten echter dat de techniek snel blijft ontwikkelen zodat we de levensduur nog langer wordt.





Als de centrale eenmaal werkt

Als alles goed gaat, is de verwachting dat begin 2024 duurzame aardwarmte kan worden geleverd aan de gebouwen op de campus van TU Delft. Later dat jaar kunnen dan ook de woonwijken Voorhof en Buitenhof worden aangesloten.

Wanneer de installatie normaal in bedrijf is, merkt de omgeving hier weinig van. Jaarlijks vindt er groot onderhoud plaats en maandelijks zijn er reguliere onderhoudswerkzaamheden. De installatie werkt grotendeels ondergronds en een deel van de installaties staat in de bestaande warmtekrachtcentrale.





Veiligheid

Als Geothermie Delft houden we de kans op ongewenste gebeurtenissen klein. Niets is geheel zonder risico en daarom besteden we veel aandacht aan het voorkomen van risico’s. Ook zijn er plannen en protocollen die in werking treden als er toch een voorval is. Staatstoezicht op de Mijnen is de overheidsinstantie die toezicht houdt op de strikte naleving van regels door aardwarmtebedrijven en deze handhaaft.

Fracking is een techniek om de doorlaatbaarheid van gesteente te vergroten zodat bijvoorbeeld aardgas of olie makkelijker kan worden gewonnen. Via het boorgat wordt dan op 2 tot 4 km diepte onder hoge druk vloeistof in het gesteente gepompt waardoor er kleine scheurtjes in ontstaan. In Nederland is voor aardwarmtebronnen op een diepte van twee tot drie kilometer het gebruik van fracking tot nu toe nog nooit toegepast. De gesteenten zijn van zichzelf doorlatend genoeg om een hoge productie te leveren.

De kans op een kleine aardbeving is in beeld gebracht als onderdeel van de seismische gevaar en risicoanalyse. Seismiciteit is de trilling of schokkende beweging van de aardkorst wanneer er plotseling energie vrijkomt. De analyse toont aan dat de potentie van seismiciteit in dit gebied laag is. Er werd op basis van de aanwezige breuken, het ontworpen aardwarmte systeem en de mogelijke aanwezigheid van natuurlijk aardbevingen, een risico ranking gedaan van het aardwarmte project. Negatieve gevolgen voor natuur en milieu door bodemtrillingen worden daarom niet verwacht. Klik hier voor meer informatie over aardwarmte en seismiciteit.

Aardwarmte onttrekt geen materie permanent aan de ondergrond, zoals bij olie- en gaswinning. Het gewonnen water wordt na het oppompen weer in dezelfde aardlaag geïnjecteerd. Alleen de warmte blijft bovengronds. Hierdoor blijft de gemiddelde druk in het reservoir vrijwel onveranderd, ook na jaren van warmtewinning.

In het geval van nood bel 112.





Water

Het verstoren van het grondwater is ongewenst. Er zijn verschillende maatregelen genomen om die kans te minimaliseren en de putten worden geregeld gecontroleerd. Het is bovendien verboden te boren door aardlagen waaruit drinkwaterproductie plaats vindt. Lang niet elke grondwaterlaag is immers geschikt (of nodig) voor drinkwater. In het westen van Nederland vindt (vanwege verzilting) sowieso geen drinkwaterproductie plaats uit grondwater.

Met de ‘Industriestandaard Duurzaam Putontwerp’ garandeert de sector dat aardwarmte veilig en verantwoord wordt gewonnen. Begin 2021 is het standaard opgesteld door EBN en Geothermie Nederland. Met ingang van 2021 moeten alle nieuwe putontwerpen voor aardwarmteputten aan deze standaard voldoen. Er is veel geleerd van de eerste generatie aardwarmteputten en dat heeft zich vertaald in een industriestandaard zodat we aardwarmte veilig en duurzaam kunnen blijven winnen, zonder risico voor de drinkwatervoorziening. Overigens wordt er nu niet geboord in (gereserveerde) drinkwatergebieden en is er in de afgelopen 10 jaar ook geen sprake geweest van enige drinkwatervervuiling.



2022 © Knijnenburg Producties