Directeur Rass Butt over de bouw van de nieuwe warmtepompcentrale bij GTD


9 juli 2026

In deze rubriek spreken we met sleutelfiguren die een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling en de operationele fase van Geothermie Delft: medewerkers, partners, leveranciers, experts, overheden. Lees wat hun ervaringen, motivatie en lessen zijn.

________________________________________________________________________________________

Vandaag aan het woord: Rass Butt, Directeur van Geothermie Delft.

De geothermische bron van Geothermie Delft levert inmiddels duurzame warmte aan de universiteitsgebouwen en DUWO studentewoningen op de TU Delft Campus. Nog in 2026 gaat GTD ook warmte leveren aan de woonwijken Voorhof en Buitenhof, in combinatie met de bestaande warmtekrachtcentrale (WKC) van TU Delft voor back-up en piekmomenten in de warmtevraag. Naar verwachting wordt na augustus 2027 ook de nieuwe warmtepompcentrale (WPC) in gebruik genomen, om extra capaciteit en flexibiliteit toe te kunnen voegen aan het systeem zodat de warmtelevering verder op te schalen.

Welke rol speelt de nieuwe WPC straks in dit uitgebreide warmtesysteem van Delft? En hoe draagt deze centrale bij aan een betrouwbare, duurzame en verder schaalbare warmtevoorziening voor de campus én de woonwijken?’

RB: "GTD verwacht in 2026 al geothermische warmte aan de woonwijken Voorhof en Buitenhof te kunnen leveren, met de huidige geothermiebron als duurzame basis en de bestaande warmtekrachtcentrale (WKC) van TU Delft als back-up en piekmomenten in de warmteafname. Daarvoor maken we gebruik van de infrastructuur die er al ligt om de eerste stap richting verdere uitbreiding naar de stad te kunnen zetten.

De nog te bouwen warmtepompcentrale (WPC) zal vanaf de eerste ingebruikname extra capaciteit en flexibiliteit toevoegen aan het systeem. Dat maakt het mogelijk om de warmtelevering verder op te schalen, meer woningen en gebouwen in de wijken aan te sluiten en de beschikbare geothermische warmte nog efficiënter te benutten.Je moet de warmtepompcentrale dus zien als een extra systeembouwsteen naast de geothermiebron, de warmtekrachtcentrale, de warmtebuffer en later ook de Hoge Temperatuur Opslag (HTO). Samen vormen deze assets de bronnenmix voor Delft.'

Delft loopt met de in gebruik name van deze geothermische lokale warmtebron voorop in de energietransitie. Als deze nieuwe warmtepompcentrale in 2027 ook operationeel is en de geothermie-centrale ondersteunt bij het verwarmen van de wijken, wat is dan de belangrijkste les die jullie hiermee leveren aan de rest van Nederland als het gaat om het opschalen van geothermie naar bestaande woonwijken?
RB: "Ik zou zeggen, de belangrijkste les is dat de energietransitie niet draait om één techniek, maar om het slim combineren van verschillende technieken binnen één integraal warmte/energiesysteem.
In Delft laten we zien dat geothermie de duurzame basis vormt. Daaromheen bouwen we stap voor stap een systeem waarin iedere asset zijn eigen rol heeft.

  • De warmtekrachtcentrale zorgt voor back-up en piekvermogen,
  • de buffer biedt flexibiliteit gedurende de dag,
  • de warmtepompcentrale verhoogt straks de efficiëntie en de beschikbare capaciteit
  • en in de toekomst zal de Hoge Temperatuur Opslag warmte kunnen opslaan in de zomer en in de winter kunnen inzetten. De HTO is een 180 m diepe permeablele laag waarin warm water wordt opgeslagen voor perioden met meer warmtevraag, zoals in de winter.

Juist die systeembenadering maakt het mogelijk om bestaande woonwijken betrouwbaar en op grote schaal te verduurzamen."

Bij de realisatie van zo’n omvangrijke warmtepompcentrale werkt GTD nauw samen met partijen zoals Equans als technische partner, die de materialen voor de warmtepompcentrale levert en de bouw daarvan uitvoert. Hoe borgen jullie als opdrachtgever en operator de strategische regie en de langetermijnvisie?
RB: "De regie over het totale warmtesysteem ligt bij Geothermie Delft. Wij bepalen samen met onze partners (Gaia Energy, EBN en TU Delft) hoe het systeem zich ontwikkelt, welke investeringen moeten worden gedaan, hoe de verschillende installaties samenwerken en hoe het warmtenet de komende decennia verder zal uitbreiden.
GTD kijkt niet een installatie maar naar het totale warmtesysteem. Dat vraagt om een langetermijnvisie waarbij we zaken als duurzaamheid, betaalbaarheid, techniek, exploitatie en leveringszekerheid meewegen.
In dit geheel realiseert Equans ook een belangrijk onderdeel, namelijk de warmtepompcentrale. Equans brengt daarvoor veel technische kennis en uitvoeringskracht mee. Dat is een belangrijke schakel in de het totale warmtesysteem dat GTD hier in Delft realiseert

Hoe stuurt GTD straks het gehele systeem aan? Met de geothermie centrale, de WKC en de WPC en later nog de HTO?
RB:" GTD stuurt straks inderdaad een mix van warmtebronnen aan. De geothermiebron levert zoveel mogelijk duurzame basiswarmte. De warmtekrachtcentrale wordt ingezet voor back-up en piekbelasting wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld in de ochtend als veel mensen de douche in stappen.
Na ingebruikname in 2027 zullen ook de warmtepompcentrale en de buffer onderdeel worden van die integrale aansturing. Daarmee kunnen we de beschikbare geothermische warmte nog efficiënter benutten, de temperatuur aanpassen wanneer dat nodig is en extra capaciteit beschikbaar maken voor verdere uitbreiding van het warmtenet van NetVerder.
Op termijn voegen we daar ook de Hoge Temperatuur Opslag (HTO) aan toe. Uiteindelijk ontstaat één slim warmtesysteem waarin alle bronnen continu op elkaar worden afgestemd om de hoogste duurzaamheid, leveringszekerheid en efficiëntie te realiseren."

Als jullie straks heet water vanaf de GTD-locatie helemaal naar Voorhof en Buitenhof transporteren, reist dat water door een kilometers lange buis, die als een lus door de stad ligt. Hebben de bewoners aan het eind van de warmte lus van het warmtenet even veel warmte als de campus die dicht bij de bron zit? Hoe werkt dit gesloten circulatiesysteem?
RB: "Woningen zijn niet achter elkaar op één leiding aangesloten waardoor het ‘laatste’ huis hierdoor minder warm water krijgt. Zo werkt een modern warmtenet gelukkig niet. Het netwerk bestaat uit een aanvoerleiding en een retourleiding. Alle gebouwen zijn parallel aangesloten op die hoofdleiding. Elk gebouw ontvangt warm water uit dezelfde aanvoerleiding, geeft via een warmtewisselaar warmte af aan het eigen gebouw en stuurt het afgekoelde water vervolgens terug via de retourleiding.
Daardoor ontvangt een woning aan het einde van het netwerk vrijwel dezelfde aanvoertemperatuur als een gebouw vlak naast de bron. Natuurlijk is er onderweg een beperkt warmteverlies in de leidingen, maar moderne warmtenetten zijn zeer goed geïsoleerd waardoor dat verlies klein is en in het ontwerp wordt meegenomen.
De uitdaging zit daarom niet zozeer in de afstand, maar in de totale warmtevraag. Naarmate meer woningen en gebouwen worden aangesloten, groeit de benodigde capaciteit van het systeem. Daarom investeren we stapsgewijs in aanvullende assets zoals de warmtepompcentrale en later de Hoge Temperatuur Opslag. Zo zorgen we ervoor dat het warmtesysteem ook in de toekomst betrouwbaar kan blijven groeien."

 

Tags
Interview
2026 © Knijnenburg Producties