Omgeving en proces

Geothermie op de TU Delft campus heeft twee doelen:

  1. Duurzame verwarming van gebouwen: In fase 1 worden de gebouwen van de TU Delft aangesloten op de geothermiebron. In de toekomst (fase 2) worden andere locaties binnen de gemeente Delft aangesloten op de bron.

  2. Onderzoek en innovatie: Het is nodig om de technologie grootschalig en kostenefficiënt toe te passen. De TU Delft onderzoekt mede hoe dat kan. Daarom worden de geothermieputten op de campus uitgerust met meetapparatuur en grondig gemonitord, zodat de onderzoekers hun modellen en theorieën kunnen controleren in een werkend systeem.

Proces

Het ministerie van Economische Zaken heeft, na overleg met gemeente, provincie, waterschap en SodM en advies van deskundigen, zoals TNO, RVO, SodM, een Opsporingsvergunning verleend. Zie afbeelding van het opsprongsgebied Pijnacker-Nootdorp 6a wat bij de opsporingsvergunning hoort.

Er heeft onderzoek plaats gevonden naar de ondergrond. Dit zijn geologische studies, geen boringen. Met dit onderzoek worden de potentie en mogelijkheden van aardwarmte nauwkeurig in kaart gebracht. Met gemeente, maar bijvoorbeeld ook met de provincie, het ministerie en het Waterschap zijn deze resultaten besproken.

Er is een MER- aanmeldnotitie ingediend bij het ministerie van Economische Zaken. Deze aanmeldnotitie wordt gekeken of het project geen significante nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben. Het besluit m.e.r.-beoordeling is afgegeven, dat er geen milieueffectrapport behoeft te worden opgesteld.

Het bestemmingsplan van de gemeente Delft moet gewijzigd worden. Voorbereidingen hiervoor zijn inmiddels gestart. Belanghebbenden, waaronder omwonenden, kunnen eventueel een zienswijze indienen. Het technische ontwerp is afgerond en de benodigde en hoeveelheden materialen zijn bekend.

Voor de bovengrondse aspecten, zoals de uitvoering van de twee geothermie boringen en de realisatie van de productiefaciliteiten, is een omgevingsvergunning nodig. Hierover beslist het ministerie van Economische Zaken, die het Staatstoezicht op de Mijnen, gemeente, provincie en waterschap om advies vraagt. Belanghebbenden, waaronder omwonenden, kunnen eventueel een zienswijze indienen. In verband met de soepele doorloop vanwege lange levertijden kunnen de materialen nu worden besteld.

Op de gekozen locatie bouwt het consortium de aardwarmte installatie. Eerst worden de boringen uitgevoerd. Pas daarna weten we of de warmte ook daadwerkelijk winbaar is.

Om de aardwarmte te winnen, zijn er nog meer verschillende vergunningen nodig. Dat betreft oa een winningsvergunning en winningsplan. Hierover beslist het ministerie van Economische Zaken. Het ministerie vraagt advies aan deskundigen, zoals het Staatstoezicht op de Mijnen, TNO, de Mijnraad, de provincie, de Technische Commissie bodembeweging, gemeentes en waterschappen. Bij het ontwerpbesluit voor een winningsplan kunnen belanghebbenden, bijvoorbeeld omwonenden, een zienswijze indienen. Na deze fase worden de bovengrondse faciliteiten en installaties geplaatst en aangesloten.

De put koppelen we aan het warmtenet. De aardwarmte verwarmt de gebouwen die aangesloten zijn op het warmtenet. In de 1e fase worden de TU Delft gebouwen en in de 2e fase, project Open Warmte Delft, worden de huizen en bedrijven verwarmd met duurzame energie, uit eigen bodem.

2021 © Knijnenburg Producties